• Angst en kwaadheid, triggers voor ziekte patronen

    Wat iedere arts kan weten, zou moeten weten, gewoonweg weet is dat gevoelens van angst, machteloosheid en kwaadheid triggers zijn voor acute ziektepatronen of de laatste druppel kunnen zijn die de emmer doet overlopen en een auto immuunziekte in gang kan zetten. Een samenleving waarin de genoemde emoties voortdurend of acuut op een hoog niveau aanwezig zijn veroorzaakt vanzelfsprekend een toename van ziektebeelden bij een groot deel van de bevolking.

    Terugkijkend naar de corona tijd was het vanaf de eerste dag dat er vanuit de politiek , de NCTV en het OMT over gesproken werd sprake van “de ernst van de situatie”, beelden van doden en lijkzakken op t.v. getoond wreden, er over een hoge kans op infectie en dodelijkheid werd gesproken en ging men over tot isolatie, testen en quarantaine en lockdowns.

    Wie “when the body says No”, en er zijn ongetwijfeld veel meer boeken die daar aandacht aan besteden, leest realiseert zich dat de insteek van Overheid en ‘deskundigen” een insteek was om deze kennis te negeren. Het adviesorgaan, noch de ‘deskundigen” leken zich bewust van dit ‘weten’ of negeerden het.

    Als samenleving werd eenieder van ons geconfronteerd met grote onzekerheid, was de angst voelbaar, ging men over tot uitsluiting en vermijden van elkaar , en kwamen groepen tegenover elkaar te staan. Bovendien was het een tijd waarin critici, ik heb het sindsdien niet meer gezien, bij vreedzame protesten benaderd werden door anonieme handhavers met bivakmutsen op.

    Het is een gotspe dat tot op de dag van vandaag geen enkele reflectie plaats vindt op de gekozen routes, men volhardt in het verdedigen van het gevoerde beleid, en nog erger men steun wil geven aan de WHO pandemie verdrag dat nog stringenter lijkt te willen ingrijpen bij een volgende crisis.

    Wie de substack “ bomen en bos” leest, de WOO verzoeken onthulden die kennis, weet dat er een draaiboek gevolg is waarin die angst bewust gecultiveerd is, critici de mond gesnoerd werden, en influencers betaald werden om de ernst van de situatie aan te dikken. Ik ontkom niet aan de conclusie dat er een georganiseerd angst-campagne gevoerd is en er dus sprake is van verwijtbaar gedrag van vele hoofdrolspelers in dit dossier. 

  • Niet vragen naar de familie-geschiedenis, een lacune in de medische praktijk?

    Het is een strakke titel, dat weet ik, en toch is het ingegeven door het steeds diepere besef dat we graag iets als oorzaak willen aanwijzen hoewel we weten dat de ontwikkeling van een organisme van niets geïsoleerd kan worden. Alles speelt mee in de evolutie van ons individuele mens-zijn maar we houden het misschien wel graag ‘te simpel’ in onze aanvliegroutes naar ziektebeelden.

    Laat ik eens beginnen met een mijmering te delen. Zou u graag uit een ingevroren eicel die bevrucht is door een ingevroren spermatozoïde, ingebracht onder klinische condities door injectie via de celwand tot leven zijn gebracht? Voor mij komt het over als een kil en koud proces, ook in emotionele zin, en roept het al heel lange tijd vragen op. Het kan, het werkt, ouders zijn terecht blij en de kinderen ontwikkelen zich goed. Toch is het de vraag; “ wat doet het op langere termijn?” Die vraag komt niet zo maar uit het luchtledige en is ingegeven door een leven lang leren, veel lezen, veel gesprekken met mensen, en een onderkenning dat we om tot begrip te komen van de status quo alle aspecten van de levensweg als koers-bepalend in het oog moeten houden. Een onmogelijke opgave, jazeker, maar wie een met vragen en verwondering het leven instapt komt nogal eens wat tegen. Overigens worden de effecten van de IVF praktijk, die als veilig en ok te boek staan, wel degelijk onderzocht en komt men in vergelijkingen wel tot verschillen, maar het zal uiteindelijk over een periode van 40-50 jaar duidelijk zijn wat de lange termijn effecten zijn.

    Gabor Maté schrijft ongelooflijk interessante boeken. De essentie van “when the BODY SAYS NO”en “ The myth of normal” is dat stress door aangeleerde patronen in de jeugd een zeer duidelijke link met ziektebeelden op latere leeftijd blijkt te hebben. 

    Het goede van het boek is om de stress niet te zien als louter een externe factor die in het hier nu een rol speelt (b.v. ziekte, geen baan hebben, financiële problemen) maar veel meer de interne stress die zich in een mens genesteld heeft, op het eerste oog onzichtbaar en onbenoembaar, maar ons organisme blijvend uit een homeostase bracht. De bandbreedte waarbinnen het organisme naar behoren kan functioneren is permanent veranderd door ervaringen die emotioneel niet geuit c.q. verwerkt zijn. Maté, verwijzend naar de arts Hans Selye, heeft het dan over een verstoorde vecht-vlucht respons in de mens die op latere leeftijd zijn tol kan eisen. De ongekend feedback systemen in ons lichaam waarin hersenen, organen en endocriene klieren, ons zenuwstelsel en hormonen een ongekend gecompliceerd geheel vormen, herscheppen de interne werkelijkheid in ons en maken ons van binnen tot een ander mens o.i.v. stress.

    Het is vreemd, bizar is een woord dat mij persoonlijk beter past, om op de sites over borstkanker lijstjes met mogelijke factoren die borstkanker veroorzaken te vinden maar vrijwel nergens iets staat over die interne stress, gerelateerd aan ingesleten gedragspatronen, waarover Maté in zijn boeken praat. Het onderdrukken van kwaadheid en ook andere emoties blijken een rol te spelen. Hij verwijst in zijn boek naar onderzoek dat al in 1952 constateerde dat er sprake was van een patroon waarin de vrouwen een verstoord patroon hadden om om te gaan met kwaadheid, vijandigheid en agressie en dat maskeerden met een façade van “pleasantness’ , een term die ik persoonlijk even moeilijk kan vertalen naar een gepast Nederlands equivalent. Ze spreken daarin ook over een patroon van ‘zelf-opoffering’ bij de vrouwen. 

    Hoe kan het dat zulke inzichten niet gedeeld worden in het publieke discours. Waarom wijzen alle sites wel op de hormonen maar wordt er niet uitgebreid stil gestaan bij het feit dat deze hormoonspiegels beïnvloed worden door emoties? Een feit, zo wordt even later in het boek genoemd, dat vrouwen heel goed herkennen als ze het hebben over hun eigen ongesteldheid en de invloed van stress c.q. eigen emoties op die periode.

    Maté beschrijft in zijn boek uitgebreid allemaal persoonlijke verhalen die op zijn minst eenieder die zich met ziektebeelden bezig houdt tot een nederige en vooral ook onderzoekende houding kan uitnodigen. Wat is de reden dat deze olifant in de kamer niet benoemd wordt maar men het op veel sites vooral heeft over kille risico-factoren maar deze menselijke factor, en het “mens zijn” is de essentie, niet of onderbelicht is? Welke dienst bewijzen we elkaar door het hier niet over te hebben? 

  • Is er wel een kloof tussen zoiets als de Germaanse Geneeskunde en de allopathische bevindingen?

    Na het vrijwel afronden van de “myth of normal” van Gabor Maté ben ik nu begonnen aan “ When the BODY SAYS NO”, dat aandacht geeft aan de gevolgen van ‘verborgen stress”. Deze week sprak ik uitgebreid met een kennis die o.a. de Germaanse Geneeskunde noemde. Deze stroming, een van de vele ‘alternatieve’ visies, komt echter in veel aspecten verrassend overeen met de bevindingen die Gabor deelt in zijn boeken. Beide boeken focussen op de trauma’s in de vroege jeugd , verstoorde vecht-vlucht reacties die daardoor zijn ontstaan op een verborgen wijze als stress in het lichaam zijn opgeslagen. 

    Maté legt aan de hand van persoonlijke verhalen en referenties naar medische onderzoeken een groot aantal voorbeelden aan ons voor die hij plaatst in de context van die wetenschappelijke bevindingen. In de medische wereld wordt er onderzoek verricht onder de noemer “psychoneuroimmunology” , een mond vol ja, en Wikipedia omschrijft het als volgt: 

    Psychoneuro-immunologie (PNI) is de studie naar de wisselwerking tussen de psyche, het zenuwstelsel en het immuunsysteem.[1] PNI is interdisciplinair en put uit de psychologie, de neurowetenschappen, de immunologie, de endocrinologie en de klinische geneeskunde.[2]PNI bestudeert onder meer de functie van het neuro-endocriene immuunsysteem. Dit systeem zorgt voor de aansturing voor de afgifte van hormonen binnen het lichaam. Daarom wordt PNI ook wel psycho-endocrino-neuro-immunologie genoemd (PENI).

    Feitelijk gaat het in deze stroming, heel eenvoudig verwoord door mij, om het onderzoek van stressvolle ervaringen op onderdrukking van het immuunsysteem. Het gaat om hormonen, endocriene klieren en organen.

    .

    Wie de ‘wetten’ van Hamer, de grondlegger van de Germaanse Geneeskunde bekijkt, ziet het volgende omtrent het ontstaan van een ziekte, een Speciaalprogramma genoemd (www.germaansegeneeskunde.nl)

    Iedere “ziekte” – hierna genoemd Zinvol Biologisch Speciaalprogramma (SBS) – ontstaat door een DHS (Dirk Hamer Syndroom), wat een onverwachte, zeer acute en isolerende conflictschok is die gelijktijdig optreedt in de psyche, de hersenen en in het bijbehorende orgaan. De inhoud van het conflict bepaalt welk orgaan een verandering ondergaat en door welk gebied in de hersenen het SBS wordt aangestuurd.Elk SBS verloopt synchroon op het niveau van de psyche, de hersenen en het orgaan.

    Hoewel de overige inzichten van Hamer misschien mijlenver van de westerse visie ligt zijn de overeenkomsten qua oorzaak evident. En hoewel de inzichten qua wijze van heling verschillen is het frappant dat zowel Mate als Hamer spreken over de mogelijkheid van zelf-heling. Wie het trauma onder ogen ziet, tot in het diepste voelt en kan verwerken, kan in veel gevallen een gezond evenwicht hervinden. 

    Hoewel vanuit de alternatieve hoek nog weel eens gedacht wordt dat de kloof met de reguliere geneeskunde groot is betwijfel ik steeds meer of dat waar is. Wat wel geconstateerd kan worden is dat veel westers artsen de uit het eigen veld afkomstige inzichten niet of nauwelijks adopteren. Het doet me denken aan de talloze sites die ik de afgelopen maand bezocht waarin nog steeds over fout vet en te hoog cholesterol gesproken wordt. 

  • Steeds minder voedingswaarde in gewassen? Het antwoord is niet eenduidig, behalve voor tarwe. 

    Afgelopen week zei een vriendin tegen mij dat de voedingswaarde van onze groente en fruit gedaald is. Wie een vergelijkende studie op dat vlak uitvoert loopt het risico letterlijk appels met peren te vergelijken. Onder welke condities werd er gemeten, met welke methode werd gehanteerd en hoe nauwkeurig waren die meetmethodes? Wie meer dan 100 jaar terug in de tijd kijkt zal daar moeilijk een antwoord op krijgen. Bovendien kan het maar zo zijn dat we andere varianten kweken die juist door die andere genetische samenstelling anders zijn. Kortom, een vrijwel onmogelijke opgave zo lijkt het . Maar gezien de stevige globale ambities om nog meer gewassen te gaan verbouwen is het interessant wat boven tafel te toveren. 

    Ik vond een interessant artikel van Indiase wetenschappers die resultaten uit 1975 en 1997 gebruiken en aantonen dat er voor veel gewassen aantoonbare dalingen zijn. Omdat de periode kort is neem ik aan dat men hier appels met appels heeft kunnen vergelijken. Heel erg eigentijds, wordt de toename van CO2 in de atmosfeer ook meegenomen als mogelijke variabele. Mogelijke oorzaken wijzen zij ook aan. Ik kopieer hieronder dat deel van het rapport [1]:


    The principal causes of the nutrient decline are the degradation of the soil in which crops are grown; developing new high-yield varieties; agronomic factors associated with the commercialization of agriculture; the use of synthetic fertilizers, pesticides, and herbicides to boost food production; improvements in irrigation and the advent of affordable technologies; the introduction of genetically modified food; enhanced air and water pollution; global warming; thinning of the ozone layer; and elevated CO2 concentration [28]. The global environmental disaster, including current farming methods with a sole focus on crop yields, has resulted in a decline in crops’ nutrient quality from the baseline values [32]. Modern farming methods are also associated with declines in soil quality, soil microbial diversity, soil water contamination, and the exhaustion of soil nutrients [33,34,35]. There is evidence that the soil quality, the forms and levels of applied nutrients, and the farming system affect the yield and the phytochemical and nutritional composition of produce [36]. An additional consideration is that warming air temperatures and increased solar radiation may lead to higher soil temperatures, resulting in more microbial activity, higher soil respiration rates, and potential limitations in soil nutrient availability. The following important factors are responsible for the declining nutrient density of modern foods.

    Voor één gewas, tarwe, is echter bewezen dat de voedingswaarde vanaf eind jaren 60 gedaald is [2]. Men streefde in die periode, blijkbaar ‘the green revolution” genoemd, naar een hogere opbrengst. Dat lukte en de euforie leverde de bedenker een Nobel Prijs op. Terugkijkend heeft deze drang naar hogere opbrengst zoals altijd een keerzijde, de voedingswaarde ging omlaag.  Voor de elementen Cu, Zn, Fe en Mg gingen de concentraties gemiddeld met 19-28% onderuit. Er zijn wereldwijd meer studies uitgevoerd en daarin constateert men dat ook het gehalte aan proteïnen en mineralen daalt. 

    Er zijn experimenten onder gecontroleerde condities uitgevoerd met verhoogde concentraties CO2 die om de plant heen gesproeid wordt. Daaruit blijkt dat de hoeveelheid koolhydraten toeneemt ten koste van veel mineralen en proteïnen. Hoewel in een experiment met rijst het vitamine E gehalte omhoog ging. De mogelijke verklaring is o.a. dat de plant efficiënter groeit (minder water gebruikt !) en daardoor minder voedingsstoffen uit de bodem opneemt. 

    [1]

    (Foods. 2024 Mar; 13(6): 877. ) An Alarming Decline in the Nutritional Quality of Foods: The Biggest Challenge for Future Generations’ HealthRaju Lal Bhardwaj,1,* Aabha Parashar,2 Hanuman Prasad Parewa,1 and  Latika Vyas3

    [2]
    https://www.chemistryworld.com/features/is-modern-food-lower-in-nutrients/4018578.article

  • Een aantal valkuilen rondom het debat plant versus dier.

    In deze laatste bijdrage aangaande het boek “the plant-based con” van Jayne Buxton kies ik er voor om nog een aantal aspecten te belichten. Zoals voor al mijn bijdragen omtrent dit onderwerp vindt u in haar boek alle verwijzingen naar onderzoek. In de serie artikelen betrof het vooral een persoonlijke zoektocht en besloot ik tijdens het lezen een aantal onderwerpen publiekelijk te belichten. Voor mij heeft het antwoorden gebracht over aanpassing in mijn eigen leefstijl, en dat is precies wat het boek beoogt.

    De EAT-Lancet Foundation is een invloedrijk vehikel dat het voornamelijk plantaardig dieet verspreidt en promoot. Aan dit initiatief zijn veel andere organisaties verbonden zoals Fresh (Food Reform for sustainability and Health) en o.a. de WBCSD (World Business Council for Sustainable Development) met promotor Maurice Strong, en het is zinvol te melden dat de EAT foundation sterk gesteund wordt door de Strawberry Foundation (ideologisch voorstander van veganistisch dieet) en de Welcome Trust, opgericht door Henry Welcome, jawel een 7e dag adventist. De EAT lancet Foundation promoot een dieet dat voornamelijk plantaardig is. De onderbouwing van dat dieet is flinterdun omdat het gebaseerd is op epidemiologisch onderzoek dat slechts mogelijke relaties tussen diverse factoren kan tonen maar inherent onbetrouwbaar is en vervolgonderzoek vergt om echte ‘harde’ feiten boven tafel te krijgen. 

    Een van de leden die bij Fresh is aangesloten is YARA, een Noors bedrijf, dat kunstmest maakt. Zoals je misschien weet is kunstmest een energie-slurper, in Nederland gebruikt het bedrijf 7% van de totale hoeveelheid gas, en wordt het ingezet op plekken waar geen circulaire veeteelt plaats vindt waarin de mest de grond vruchtbaar houdt en tot gevarieerde plantengroei kan leiden die meer CO2 per jaar opslaat dan mening aangeplant bos. Voor de landbouw is het een ‘must’ om jaar in jaar uit, zonder rotatie van gewassen, te kunnen verbouwen en bovendien is dierlijke mest ongeschikt om over deze gewassen te sproeien. Je ziet dat het belang van YARA ligt in het aanhaken bij de drang om plantaardig eten over te gaan. 

    Naar schatting is 77% van al het agrarische land in gebruik voor veeteelt. Het is te simpel, en dat gebeurt in het kamp van de tegenstanders, om te schermen met het feit dat dit slechts 18% van alle calorieën produceert. Dat is een ongekend cijfer. Maar wie iets verder kijkt ziet dat het verhaal veel genuanceerder is. De kwaliteit van de proteïnen die geproduceerd wordt in de veeteelt is hoogwaardiger. De FAO schat dat 37% de wereldwijde proteïnen uit deze veeteelt komt. Maar het verhaal is nog gecompliceerder. Op veel land dat nu in gebruik is voor vee is het onmogelijk om plantaardige gewassen te telen. Dat percentage varieert per land, de globale cijfers zijn misleidend, en in het boek wordt gesteld dat 2/3e van het land in het V.K. dat nu begrazen wordt niet bebouwd kan worden met plantaardige gewassen. Wie dat onder ogen ziet begrijpt dat afhankelijk van het land de proteïnen geïmporteerd moeten worden waar ze nu wellicht lokaal geproduceerd kunnen worden. Maar een extra complicatie is dat waar en welke granen granen verbouwd worden kritische aminozuren lysine (bij veel graansoorten) of zwavelhoudende aminozuren (in erwten) onder de maat zijn. Het is voorstelbaar dat dit leidt tot producten waar het kunstmatig aan toegevoegd wordt. 

    Het waterverbruik per kilo geproduceerd vlees zou rond de 15.000 liter liggen. Er is veel discussie over en de bandbreedte van 1500 tot 110.000 liter in diverse studies geeft aan dat op dat punt “de wetenschap’ er volstrekt niet uit is. Een interessante nuance komt in het boek van Buxton naar voren. Veel water , op de gebieden waar door steile hellingen, teveel wind, schrale grond, vee gehouden wordt is het water niet concurrerend met dat wat de mens zou kunnen gebruiken. Het zou ‘groen’ water genoemd kunnen worden i.t.t. blauw (drinkwater). Die nuance maakt een ‘juiste’ inschatting van de belastende invloed van veeteelt weer moeilijker. En opnieuw komt hier de hoeveelheid water in relatie tot de hoeveelheid (en kwaliteit) van de proteïnen om de hoek kijken. Die vergelijking lijkt tot een vrijwel gelijke uitslag te leiden. 

    Op gezond land vangen de planten c.q. grassen CO2 en zetten dat om in suikers. Maar een deel van de koolstof wordt in vloeibare vorm via de wortels afgegeven aan de onderliggende aarde en daarin opgeslagen. De opslagcapaciteit van CO2 (carbon sequestration genoemd) door begraasde weides is enorm. Ook het IPCC rapport erkent die opslagcapaciteit en benoemt dat deze capaciteit van grasland groter kan zijn dan van veel bossen. De initiatieven die ons verleiden bomen te laten planten zijn echt niet zo effectief als we denken en zijn vaak gestoeld op het planten van niet inheemse bomen. 

    Het boek van Buxton eindigt met een hoofdstuk waarin ze probeert tot een vorm van ‘bevrijding” (mijn woordkeuze) te komen. Door alle, en veelal misleidende, informatie weten we als mens niet meer waar we aan toe zijn. Ze komt uiteindelijk uit op een aantal aanbevelingen en een waarschuwing. Ze wijst op de eenzijdige dwanggedachte dat planten goed zijn voor de mens. De plant-based voorstanders gaan feitelijk uit van een gezonde mens die wellicht (mijn woordkeuze n.a.v. lezing van het boek) met een plant-based dieet lange tijd uit de voeten zou kunnen. Voor alle mensen die om welke reden dan ook uit balans zijn, en dat zijn er steeds meer in een ouder wordende populatie, zal je je moeten verlaten op heel andere adviezen. Zij pleit er voor, en dat is voor velen van ons vaag, om op de eigen intuïtie te varen. Toch biedt ze ook handvatten. Het vermijden van bewerkt voedsel is een advies, het eten van zo veel mogelijk lokale producten die op een duurzame manier geproduceerd zijn, en blijven monitoren wat de effecten van de inname zijn op je eigen leven.

  • Plantaardig voedsel eten; een door groot geld gestuurde beweging. Moeten wij het Goddelijke dieet uit de tuin van Eden eten?

    Ik zag een intrigerend interview met Dr. Jordan Vaughan (link), die zijn kant van het verhaal mocht laten horen in de verhoren die de VS vanuit het congres voert rondom het Covid beleid. Deze Canadese arts had zijn eigen lijn getrokken in die periode en verwoorde het mooi. De uitspraak “science is settled” is een zeer onjuist en gevaarlijk uitgangspunt. Er zijn altijd momenten dat het oude inzicht vervangen wordt door een nieuwe visie. Hij gaf zijn medewerkers mee dat ze hun eigen professionele weg moesten gaan en zich niet moesten laten leiden door wat ‘de wetenschap’ c.q. de politiek voorschreef. Persoonlijk zie ik die keuze voor de term ‘the science is settled’ als een listige keuze om ieder inhoudelijk debat uit de weg te kunnen gaan. Het is m.i. een politieke keuze.

    Er is al jaren een ronkende machine op weg om de mensheid over te laten schakelen op plantaardig voedsel. Woont u in een van de C40 steden dan zult u niet alleen een SMART city worden maar ook onderworpen zijn aan een globaal initiatief waarin de voedsel systemen getransformeerd gaan worden. De C40 site is daar duidelijk over. Onder het mom van verspilling verminderen wordt o.a. het “plant-based” food onder de aandacht gebracht.

    “Plant-based” is een relatief nieuwe term die denkelijk gekozen is omdat het een vriendelijkere klank heeft. Wie is er immers tegen planten? Het is een prachtige maskerade om de nu zo bekritiseerde soja velden voor diervoeder te kunnen omzetten in oneindige velden , wellicht gemanipuleerde, planten die middels allerhande anti-schimmel en antibacteriële middelen in stand gehouden worden en de lokale bio-diversiteit ook verwoesten. 

    Deze transitie werd geïnitieerd via een ongekend aantal podia. Dat is een strategie die je ook ziet rondom zaken als elektrisch rijden, de klimaat angst en de campagnes rondom vaccinaties of de noodzakelijkheid van fact-checking. Er is grof geld beschikbaar via allerhande NGO’s waarvan de herkomst niet anders te achterhalen valt dan talloze uren, en wie doet dat?, aan onderzoek te besteden.

    Het zal u wellicht ook opgevallen zijn dat het woord inclusiviteit in de samenleving verspreid is, waarvan ik persoonlijk de indruk heb dat dit een bewuste keuze is omdat je in alle nieuwe initiatieven ziet dat deze inclusiviteit , een schone, veilige en gezonde omgeving voor iedereen ongeloof afkomst etc., terug te vinden is. Naast de term ‘plant-based” is ook de keuze van ‘inclusiviteit’ een term die weinigen niet zullen omarmen. 

    Wie het boek van Jayne Buxton (The plant based con) leest komt een opmerkelijk hoofdstuk tegen. In haar boek toont zij overtuigend aan dat in de V.S., maar met doorwerking op internationale schaal, de Zevende Dags Adventisten een grote stempel op deze ontwikkeling drukten op de proppen. (hoofdstuk 11 in haar boek). Ellen White kreeg in 1833 visioenen en was er van overtuigd dat God tot haar sprak. In 1863 beweerde ze dat God tot haar had gesproken en aangaf dat het eten uit de tuin van Eden , dat zou bestaan uit noten, zaden, fruit en groente, het door God gekozen dieet was om te volgen.In dat zelfde jaar was zij mede-oprichter van de Zevende dags adventisten en werd dit dieet onderdeel van deze religieuze stroming. Mede oprichter van deze kerk, John Harvey Kellogg, bouwde, u weet het , een imperium op rondom (ontbijt)granen. Zij maakten eind 20e eeuw al vleesvervangers zoals Nuttose (ja, pinda’s als ingredient). Het uitgebreide verhaal vertel ik hier niet, maar in essentie komt het er op aan dat het ‘dieet” van deze kerk ten koste van alles verdedigd moest worden. Een drietal vrouwen uit deze kring kreeg grote invloed op wat ‘diëtisten’ leerden (via Lenna Cooper) via de in 1917 door haar opgerichte diëtisten vereniging (met behulp van o.a. de Kellog’s ). Dr. Harry Miller, een missionaris voor de kerk in China, bracht soja mee en introduceerde het als kindermelk. Hij stichtte in 1953 het “new nutrition research laboratory” dat wetenschappelijk zou aantonen dat het religieuze dieet het meeste optimale was. Uiteindelijk zien we in 1988 dat de American Dietetics Organization” vegetarisch eten als een reële optie gaat uitdragen. In de groep mensen die het besluit namen waren 5 personen lid van de kerk, 3 vegetariër zonder lid te zijn en een stem kwam van het ILSI , een stichting die door Coca-Cola was opgericht, waarvan ongeveer 400 grote invloedrijke voedselbedrijven lid waren. 

    De zevende dags adventisten, opnieuw uit het boek overgenomen, bezitten meer dan twintig bedrijven met een geschatte omzet van 650 miljoen dollar in de voedingsindustrie (veganistisch) . Ze bezitten eigen ziekenhuizen, klinieken en zorgcomplexen. Het is een speler met grote invloed, zo stelt Buxton gebaseerd op niet alleen haar eigen onderzoek.

    Uiteraard zijn er veel meer krachten werkzaam in het veld om ons planten te laten eten. Niettemin is het inzichtelijk om te kijken , en dat heb ik hier niet beschreven, welke invloed NGO’s kunnen hebben op onderzoeken.

  • Plantaardige voeding, een markt waarin de ‘gezond etende consument’, de ontwikkeling van gefabriceerde voeding stimuleert. 

    Kunstmatige gekweekt vlees en plantaardige burgers en alle alternatieve vleesproducten zijn industriële producten. Dat is een schaduwzijde van de beweging die zegt gezond te gaan eten voor zichzelf en behoud van de planeet. De situatie die hier op middellange termijn uit kan ontstaan is dat een nog groter deel van ons voedsel zich onttrekt aan de natuur en op kunstmatige wijze is samengesteld. Het componeren van voedsel in een steriele omgeving vormt dan de basis van wat een groot deel der mensen ‘gezond voedsel’ is gaan vinden. Feitelijk neemt het aantal producten waarvan de ingrediënten allerlei bewerkingen hebben ondergaan toe. En zelfs de ingrediënten zullen in de toekomst niet meer per se uit de natuur komen maar fabrieksmatig gesynthetiseerd worden.

    Of dit wenselijk is ? Mijn persoonlijke mening is dat de groep mensen die zegt de planeet te willen ‘redden’ helpt een steeds grotere afstand te scheppen tussen de bron van ons eten en diezelfde natuur c.q. planeet. Kunstmatig vlees is een grotendeels gepatenteerd product. Het intellectueel eigendom is geclaimd en representeert een economisch belang. De kosten van het eindproduct en de winsten op de verkoop komen in toenemende maten in handen van investeerders en vooral ook grote voedingsbedrijven. 

    Wie denkt dat deze investeerders er vooral in het belang van mens en planeet handelen, en uitzonderingen zijn er zeker, durf ik naïef te noemen. 

    De discussie die plaats vindt rondom deze zogenaamde gezonde ontwikkeling moet dan ook met argusogen bekeken worden. Laten we eens kijken naar een pak met havermelk. Het is een wateroplossing waarin suikers, vaak conserveringsmiddelen, en uiteraard een deel haver zijn toegevoegd. De claim dat het je voetafdruk zou verminderen is discutabel en zeker marginaal qua invloed omdat het een minoor onderdeel van je totale voedsel inname betreft. De claim omtrent cholesterol is zeer omstreden en hoe en waar de haver verbouwd is en onder welke omstandigheden is onduidelijk.

    Ik keek deze week nog eens naar de ingrediënten van een willekeurig gekozen vegetarisch product, de valess mozerella burger. De lijst;
    36% magere melk,24% mozzarella (melk, zout, microbieel stremsel, zuursel), paneermeel (tarwebloem, bieslook, zout, gist), plantaardige olie (maïs, raapzaad, zonnebloem, in wisselende verhoudingen), ui, tarwegluten, tarwemeel, gemodificeerd tarwezetmeel, voedingszuur (kaliumlactaat), getextureerd tarwe-eiwit, kippenei-eiwit, verdikkingsmiddel (calciumalginaat, methylcellulose), erwteneiwit, stabilisator (polyfosfaat), havervezel, suikerrietvezel, basilicum, zwarte peper, zout, ijzer.

    Een voorbeeld van een vega filet lapje, gevonden op de site van vlees & vega levert opnieuw een lijst op;

    Gerehydrateerd plantaardig eiwit (53% soja, 15% tarwe, aardappel, erwt), plantaardige olie (zonnebloem, raap, shea), zetmeel (maïs, aardappel), verdikkingsmiddel (methylcellulose [E461]), specerijen, natuurlijk aroma, gehydrolyseerd soja-eiwit, psylliumvezel, gebufferd azijnpoeder (conserverend ingrediënt), zout, maltodextrine, knoflook, kaliumchloride (dieetzout), antioxidant (ascorbinezuur [E300]), voedingszuur (citroenzuur [E330]), kleurend concentraat (radijs, wortel), ijzer, vitamine B12, rookaroma, aroma.

    Ik kan voor geen van beide producten een uitspraak doen over de voor- of nadelen voor onze gezondheid. U kunt echter zien dat het complexe producten zijn met toevoegingen die ons dwingen zelf onderzoek te doen hoe gezond of wenselijk wij ze achten om toe te voegen aan ons dieet. Het zijn slechts twee illustraties van veel bredere ontwikkelingen. 

  • Veganistisch eten om de planeet te redden. Een rampzalig eenzijdige boodschap.

    Wie veganistisch of vegetarisch eet ontkomt er niet aan om supplementen in te nemen. Dat roept de vraag op hoe realistisch de claim is dat deze eetwijze gezond zou zijn. Waar komen overigens dan die supplementen weer vandaan en hoeveel energie kost dat en wie kan deze supplementen betalen? We zijn in een experimentele fase van de menselijke geschiedenis gekomen waarin we afscheid lijken te willen nemen van traditionele eetgewoontes maar er geen duidelijkheid wordt verschaft over de mogelijke schadelijke effecten op gezondheid en de socio-economische nadelen voor mensen die niet over geld of intelligentie beschikken om die te kopen c.q. te doorzien wat de mogelijke nadelen van zo’n aanpassing zijn. We duwen met pure propaganda een jonge generatie in een richting waarin ze gaan geloven dat het nieuwe eten goed voor mens en planeet is.”The great plant-based con” van Jayne Buxton biedt veel aanknopingspunten om zelf zeer kritisch naar deze nieuwe richtlijnen te kijken.

    Vooral jonge kinderen en pubers lopen in de nieuwe ontwikkeling het risico tekorten op te bouwen van essentiële bouwstoffen zoals B12, ijzer, vitamine A en D, DHA of alternatieven te gaan eten die schadelijk zijn zoals teveel soja-melk of alternatieve melk waarin niets waardevols zit of men nog een aantal ingrediënten aan toevoegt.De tekorten die op jonge leeftijd worden opgebouwd ondermijnen het gestel (mineralen in de bot-structuur) en de hersenen ook op langere termijn. Niemand weet hoe dat precies uitpakt en als deze weg eenmaal is gekozen zullen de effecten op langere termijn onder het kopje ‘nieuwe welvaartsziekten’ gerubriceerd worden. Wie iedereen een dwingende kant opstuurt kan nooit meer een vergelijkend onderzoek met andere eetgewoontes uitvoeren en heeft zo het gelijk aan zijn kant.

    Nog afgezien van de de tekorten die jongeren opbouwen ,of de schadelijkheid van stoffen die ze binnen krijgen via soja producten, is het een gegeven dat eten geen vanzelfsprekend iets meer is maar een essentieel onderdeel van het leven is geworden waar je geacht wordt over na te denken. Op jonge leeftijd moet je een onmogelijke puzzel oplossen, want waar vind je de informatie en de tijd om je er in te verdiepen? Hoe sterk is de invloed van propaganda op social media of de dwingende omgeving op school waarin het normaal gevonden wordt dat je minder of geen vleesproducten meer eet? De stress die deze puzzel oplevert vreet energie en misschien wel levensvreugde. Overigens moet niet onderschat worden dat het dieet ook van binnenuit effect heeft op de mentale, lees psychische, gesteldheid van een generatie. Een ongebalanceerd dieet kan zelfs tot psychiatrische stoornissen leiden.

    De omschakeling die via een agenda, dwingend dus, wordt opgelegd kent veel gedweeë en niet kritische volgers. Wie is in staat deze nog tegen te spreken? Wie kan nog vasthouden aan zijn eigen keuzes als de missie is om vleesproducten duur te maken? Er wordt een veld gecreëerd waarin vrij denken op dit onderwerp systematisch onderdrukt wordt.

    Een punt van aandacht is dat deze ontwikkeling tot zeer grootschalige verbouwing van plantaardige gewassen leidt. Die zullen, veelal ook gemodificeerd, in een op hoge opbrengst gerichte wijze, verbouwd worden. We weten uit de veeteelt dat de ‘standaard melkkoe’ meer melk dan ooit levert. De nieuwe gewassen zullen eenvormig zijn en de bio-diverse lokale varianten elimineren of een marginale plaats geven. Grootschaligheid levert dominante partijen op die de hele keten zullen beheersen. Is dat goed voor de mens , de planeet en de onderlinge verhoudingen? 

    Het eten van planten kan voor ons aangenaam klinken, de plant zelf kan daar heel anders over ‘denken”. Zij produceren diverse stoffen om hun vijand, de mens dus ook, te ontmoedigen. Die kant van het verhaal geeft ook reden tot zorg. Bij inname van te grote hoeveelheden groentes kunnen juist die stoffen negatief uitwerken.

    Wie wel eens een vleesvervanger at zal zich net als ik verbaasd hebben over de talloze ingrediënten. Wie aan de hand van het boek kritisch naar deze lijst kijkt zal ontdekken dat het hier om een ‘highly processed food” gaat. Dat is zo in tegenspraak met het idee dat veganistisch eten goed zou zijn. 

    Het meest taaie aspect is dat het nieuwe eten in eerste instantie bij de meeste mensen in de euforie (bij de club horen en gezond bezig denken te zijn) alleen maar positieve effecten lijkt te hebben. Maar afhankelijk van je startpositie, slecht of zeer goed eten, kan je op korte of langere termijn de effecten van de tekorten gaan bemerken. En wie is dan in staat te onderkennen dat het te maken kan hebben met het gevolgde dieet? Als de buitenwereld zo dwingend met elkaar gelooft dat het goede voeding is zal er wellicht geen alarmbel rinkelen.

    In het publiek domein roepen allerlei extreme groeperingen dat de mensheid een apocalyptische tijd tegemoet gaat. Het zijn deze extreme partijen die juist die apocalyps zelf vorm geven. Wie een eenzijdige boodschap met geweld doordrukt heeft per definitie de nuance uit het oog verloren. De pendule moet met dwang een andere kant op bewegen zonder te willen en kunnen zien wat de nadelen zijn. Ideologie verblindt. En na lezing van het boek van Jan Buxton rest je niets anders dan op je eigen kompas te gaan varen en je vooral niet te conformeren aan de nieuwe richtlijnen om plantaardig te gaan eten voor je eigen gezondheid c.q. het goede doen voor onze planeet. 

  • Een plantaardig dieet gezond en superieur?

    Wie ‘the great plant based con” van Jane Buxton leest gaat op zijn minst twijfelen aan alle claims dat een leefstijl zonder dierlijke producten gezond is, en dan vooral op de langere termijn. Het boek biedt bovendien goede inzichten in de dubieuze waarde van epidemiologische onderzoeken (vaak via vragenlijsten achteraf), de wellicht onterecht genegeerde feiten dat veel planteneters een gezondere leefstijl hebben (meer bewegen, minder roken en drinken) en daarmee onderzoeksresultaten ‘vervuilen”, of het niet consequent doortrekken van deel-conclusies over zogenaamde positieve effecten die alleen gehaald kunnen worden als krankzinnige hoeveelheden plantaardig materiaal gegeten gaan worden. 

    Maar het meest verbijsterende, voor mij , was de constatering dat van de 9 essentiële amino zuren die wij nodig hebben, alleen de gelijktijdige consumptie een heilzame werking in ons lichaam heeft en dat dit zelfs na een ongekend gepuzzel niet te realiseren valt door plantaardige equivalenten te eten. Dierlijk voedsel biedt ons die mix als een ‘complex’ aan en relatief kleine hoeveelheden van dit voedsel voorzien ons van voldoende inname.

    Moet ik het nog hebben over de onjuiste test resultaten rondom B12 niveaus waarin ‘valse B12” bij gebruik van de veel gebruikte en verkeerde test de schijn wekt dat er voldoende inname was? Zal ik nog vermelden dat het nemen van proteïne supplementen niet een kwestie is van geïsoleerde inname maar het alleen tot goed opname leidt in geval van de aanwezigheid in een ‘geheel, ofwel de holistische benadering waarin alles er toe toe doet, en dus het nemen van de afzonderlijke delen niet gelijk is aan het innemen van een complex geheel? 

    In een tijd dat nog steeds veel artsen sturen op een laag cholesterol gehalte, een stof die cellen hun gezonde membraan verschaft, de schijf van vijf nog steeds praat over plantaardige oliën hoewel vrijwel zeker is dat dit eerder negatieve effecten heeft op ons cardio-vasculair systeem dan voordelen, men graag praat over de relatieve positieve effecten (60% verbetering op slechts 1 op de 50.000 zonder gebruik van medicijnen is natuurlijk geen voordeel te noemen) in plaats van de absolute winst, kunnen we concluderen dat eigen onderzoek belangrijk is. 

    Mijn advies, ingaand tegen de ontwikkeling ons te zeggen wat ‘waar’ is , is om u grondig te verdiepen in alle ontwikkelingen rondom voedsel. Veganistisch leven als een ideaal zien en ook nog te denken ‘goed te doen’ voor de planeet is wellicht een keuze waarin u op de langere termijn tekorten aan essentiële vitamines, mineralen en andere bouwstenen opbouwt die tot grondige en onherstelbare schade kunnen leiden.

    De claims dat deze revolutie de aarde zou redden moet afgezet worden tegen de belangen van partijen die vleesvervangers maken (kunstvlees en vegetarische vervangers) , de lobby rondom insecten en meelwormen en niet in de laatste plaats de farmaceuten die wellicht voorsorteren op de welvaartsziekten die samenhangen met het langdurig opbouwen van tekorten met een veganistisch dieet. Verbouwen van plantaardig voedsel zal bovendien ook een groot beslagen leggen op onze gronden en de genetische modificaties in deze gewassen en het grootschalig gebruik van pesticiden en fungiciden mag niet genegeerd worden. Die vind u deels terug in uw voedsel.

    Wie gelooft dat het boek waar ik naar verwijs te gekleurd is of denkt dat ik een apert tegenstander ben van een veganistisch dieet heeft het mis. Ik mis in het narratief dat plantaardig eten ‘de oplossing voor onze planeet zou zijn’ de gewenste kritische blik en een gestructureerde aanpak, die zo stel ik vast, nodig is om dit veilig vorm te geven. Als het goed zou zijn om over te stappen kan dat niet zonder een ongelooflijk goede monitoring van het eigen dieet en zal er zeer geregeld getest moeten worden Vitamine B12 (de goede test) en het meten van ijzergehalte zal frequent moeten plaats vinden. Calcium en Omega-3 kunnen niet goed gemonitord worden en zal alleen op peil kunnen blijven middels een eigen dagboek. Hoewel ijzer tekort in de gehele populatie voorkomen en er discussie is of dat bij veganisten vaker optreedt, is die discussie op zich niet zinvol. Het punt is dat WHO er zelf ook op wijst dat het nuttigen van dierlijk voedsel waarschijnlijk toch nodig is. Zinc is een component die minder goed opgenomen kan worden door interferentie met plantaardig voedsel. Het boek noopt je uiteindelijke de conclusie te trekken dat volledig ‘dier-vrij” eten een illusie is.

    Als de transitie naar voornamelijk plantaardig voedsel, met behoud van gezondheid, los van de niet te controleren voordelen voor de planeet, zou moeten plaats vinden, dat we het er echt over eens zijn dat dit de weg is die we willen gaan, kan dat niet op een verantwoorde wijze plaats vinden zonder alle medische ondersteuning te bieden die we hebben. Maar veel testen komen ten laste van het eigen risico. Deze kosten zullen veel mensen niet kunnen dragen. Bovendien zal er ongelooflijk goede voorlichting moeten plaats vinden over het monitoren van het het eigen dieet. En het zal niet werken omdat het boek zo ongelooflijk goed duidelijk maakt dat de medische wereld extreem verdeeld is over ‘wat goed en fout is’ en daarmee ook illustreert dat een beleid, dat de WHO en de VN uitdragen, een gotspe is.

  • De vogelgriep. Weer een voorbeeld van een ‘gain of function” ziekte? En wonderlijk dat het de veestapel zou bedreigen?

    Peter McCollough, zeer deskundig op het gebied van virussen en vaccins, kritisch op alle informatie voorziening en de verspreide leugens rondom covid, volgt al langere tijd de wonderlijke ontwikkelingen rondom de vogelgriep. Hij ziet een herhaling van zetten kijkend naar de covid-pandemie en legt het uit in een video van 20 minuten.