Het woord consensus zie ik in veel debatten terugkomen. Eén gezamenlijke mening gedragen door de hele groep die een besluit moet nemen lijkt een makkelijk misbruikt begrip om eigen besluiten te rechtvaardigen. In de geschiedenis zijn veel vreselijke besluiten genomen die wellicht , moeilijk te achterhalen achteraf, onder de noemer consensus vallen maar oorlogen ontketenden met nare gevolgen. De druk van het moment, de emoties en persoonlijke trauma’s, kunnen een beslissing forceren waarvan de individu buiten de groep moet constateren dat het toch niet de zijne was. Onvolledige of bewust gefilterde informatie scheppen een situatie waarin niet alle factoren meegewogen worden. Valse dilemma’s kunnen besluiten genereren die niets met de werkelijkheid te maken hebben. Algemeenheden c.q. vermeende causaliteiten sturen de gedachten in één richting. Wie zijn de selectief gekozen souffleurs die de beslissers van hun informatie voorzien?
Hoewel er naar buiten toe sprake kan zijn van consensus, letterlijk een telling waarbij de stem van de meerderheid ‘waar’ wordt, zegt dat dus door allerlei factoren niets over de kwaliteit en validiteit van het besluit.
Consensus is zo’n prachtig woord dat dagelijks meegedragen kan worden en als vaststaand gegeven iedere discussie a priori onmogelijk maakt. Consensus als woord is beeld geworden en wordt aanbeden en verheerlijkt. Een diffuus begrip wordt als leidraad gebruikt voor het scheppen van een nieuwe realiteit.
Als ik in de politiek of wetenschap deze term tegenkom is het onmogelijk dat serieus te nemen. Het is een signaal dat je als individu je eigen huiswerk moet gaan doen om de complexiteit van het achterliggende probleem te doorgronden. Consensus is daarom bij ingewikkelde zaken een signaal dat er na een intens proces een besluit is genomen. Dat hoeft geenszins het juiste te zijn.
Geef een reactie