Vandaag zag ik een stukje waarin staatsecretaris de Bat sprak over stroomuitval. Hoe lang mogen black-outs duren, dat was zijn dilemma. Je zou wensen dat een kabinet bij een energie transitie een afwegingskader gebruikt dat veel facetten kent en zeker ook onderzocht wordt op realisme, haalbaarheid en betaalbaarheid.
Daar lijkt in dit geval geen sprake van. De transitie-snelheid die ongekend hoog ligt, honderden miljarden kost, en ons nog steeds met een wiebel-aanbod opzadelt , wordt gewoon doorgezet en blijkbaar is uitval een aanvaardbaar bijprodukt van deze ambitie.
Ik kon het niet nalaten het c.v. van deze bewindsman te lichten en ga kort door de bocht door te stellen dat zijn louter bestuurlijke ervaring geen toetsing heeft doen plaats vinden wat maatregelen in het echt voor organisaties en particulier betekenen. Dan kom je blijkbaar tot de conclusie dat black-outs hoe dan ook aanvaardbaar zijn.
Zou deze bewindspersoon zijn oor te luister leggen bij ingenieurs, die graag met feiten werken, dan zou hij kunnen inzien dat nog afgezien van het tempo van overschakelen de problematiek van black-outs vooral ook te maken heeft met fundamentele keuzes.
Het is tenenkrommend mensen zonder solide achtergronden zoals Jetten, Hermans en nu deze staatssecretaris hun onvermogen aan ons tonen.