Wie ‘the great plant based con” van Jane Buxton leest gaat op zijn minst twijfelen aan alle claims dat een leefstijl zonder dierlijke producten gezond is, en dan vooral op de langere termijn. Het boek biedt bovendien goede inzichten in de dubieuze waarde van epidemiologische onderzoeken (vaak via vragenlijsten achteraf), de wellicht onterecht genegeerde feiten dat veel planteneters een gezondere leefstijl hebben (meer bewegen, minder roken en drinken) en daarmee onderzoeksresultaten ‘vervuilen”, of het niet consequent doortrekken van deel-conclusies over zogenaamde positieve effecten die alleen gehaald kunnen worden als krankzinnige hoeveelheden plantaardig materiaal gegeten gaan worden.
Maar het meest verbijsterende, voor mij , was de constatering dat van de 9 essentiële amino zuren die wij nodig hebben, alleen de gelijktijdige consumptie een heilzame werking in ons lichaam heeft en dat dit zelfs na een ongekend gepuzzel niet te realiseren valt door plantaardige equivalenten te eten. Dierlijk voedsel biedt ons die mix als een ‘complex’ aan en relatief kleine hoeveelheden van dit voedsel voorzien ons van voldoende inname.
Moet ik het nog hebben over de onjuiste test resultaten rondom B12 niveaus waarin ‘valse B12” bij gebruik van de veel gebruikte en verkeerde test de schijn wekt dat er voldoende inname was? Zal ik nog vermelden dat het nemen van proteïne supplementen niet een kwestie is van geïsoleerde inname maar het alleen tot goed opname leidt in geval van de aanwezigheid in een ‘geheel, ofwel de holistische benadering waarin alles er toe toe doet, en dus het nemen van de afzonderlijke delen niet gelijk is aan het innemen van een complex geheel?
In een tijd dat nog steeds veel artsen sturen op een laag cholesterol gehalte, een stof die cellen hun gezonde membraan verschaft, de schijf van vijf nog steeds praat over plantaardige oliën hoewel vrijwel zeker is dat dit eerder negatieve effecten heeft op ons cardio-vasculair systeem dan voordelen, men graag praat over de relatieve positieve effecten (60% verbetering op slechts 1 op de 50.000 zonder gebruik van medicijnen is natuurlijk geen voordeel te noemen) in plaats van de absolute winst, kunnen we concluderen dat eigen onderzoek belangrijk is.
Mijn advies, ingaand tegen de ontwikkeling ons te zeggen wat ‘waar’ is , is om u grondig te verdiepen in alle ontwikkelingen rondom voedsel. Veganistisch leven als een ideaal zien en ook nog te denken ‘goed te doen’ voor de planeet is wellicht een keuze waarin u op de langere termijn tekorten aan essentiële vitamines, mineralen en andere bouwstenen opbouwt die tot grondige en onherstelbare schade kunnen leiden.
De claims dat deze revolutie de aarde zou redden moet afgezet worden tegen de belangen van partijen die vleesvervangers maken (kunstvlees en vegetarische vervangers) , de lobby rondom insecten en meelwormen en niet in de laatste plaats de farmaceuten die wellicht voorsorteren op de welvaartsziekten die samenhangen met het langdurig opbouwen van tekorten met een veganistisch dieet. Verbouwen van plantaardig voedsel zal bovendien ook een groot beslagen leggen op onze gronden en de genetische modificaties in deze gewassen en het grootschalig gebruik van pesticiden en fungiciden mag niet genegeerd worden. Die vind u deels terug in uw voedsel.
Wie gelooft dat het boek waar ik naar verwijs te gekleurd is of denkt dat ik een apert tegenstander ben van een veganistisch dieet heeft het mis. Ik mis in het narratief dat plantaardig eten ‘de oplossing voor onze planeet zou zijn’ de gewenste kritische blik en een gestructureerde aanpak, die zo stel ik vast, nodig is om dit veilig vorm te geven. Als het goed zou zijn om over te stappen kan dat niet zonder een ongelooflijk goede monitoring van het eigen dieet en zal er zeer geregeld getest moeten worden Vitamine B12 (de goede test) en het meten van ijzergehalte zal frequent moeten plaats vinden. Calcium en Omega-3 kunnen niet goed gemonitord worden en zal alleen op peil kunnen blijven middels een eigen dagboek. Hoewel ijzer tekort in de gehele populatie voorkomen en er discussie is of dat bij veganisten vaker optreedt, is die discussie op zich niet zinvol. Het punt is dat WHO er zelf ook op wijst dat het nuttigen van dierlijk voedsel waarschijnlijk toch nodig is. Zinc is een component die minder goed opgenomen kan worden door interferentie met plantaardig voedsel. Het boek noopt je uiteindelijke de conclusie te trekken dat volledig ‘dier-vrij” eten een illusie is.
Als de transitie naar voornamelijk plantaardig voedsel, met behoud van gezondheid, los van de niet te controleren voordelen voor de planeet, zou moeten plaats vinden, dat we het er echt over eens zijn dat dit de weg is die we willen gaan, kan dat niet op een verantwoorde wijze plaats vinden zonder alle medische ondersteuning te bieden die we hebben. Maar veel testen komen ten laste van het eigen risico. Deze kosten zullen veel mensen niet kunnen dragen. Bovendien zal er ongelooflijk goede voorlichting moeten plaats vinden over het monitoren van het het eigen dieet. En het zal niet werken omdat het boek zo ongelooflijk goed duidelijk maakt dat de medische wereld extreem verdeeld is over ‘wat goed en fout is’ en daarmee ook illustreert dat een beleid, dat de WHO en de VN uitdragen, een gotspe is.
Geef een reactie