Recentelijk trekt Laurens Dassen van Volt zich terug voor een debat met Lideweij Vos. De argumentatie is wonderlijk. Hij wil blijkbaar geen zuurstof geven aan het feitenvrije verhaal van de FVD. Wie de critici van het IPCC volgt vindt argumenten die de klimaatdiscussie in een ander daglicht stellen. Die informatie neemt de FVD blijkbaar tot zich en lokt de makkelijke reactie uit dat het ‘feitenvrij’ zou zijn. Daarbij zegt Dassen dat hij zich baseert op wat ‘de wetenschap ‘ . Dassen moet weten dat ‘de wetenschap’ niet bestaat. Op vrijwel alle dossiers waarin hij zich zou verdiepen moet het hem opgevallen zijn dat er ongelooflijk veel aannames gemaakt zijn, afschattingen bestaan en zeker prognoses op langere termijn zeer dubieus zijn. Uiteraard zijn er dus sceptici onder de klimaatwetenschappers (overigens een verzamelnaam voor deskundigen uit zeer verschillende disciplines). Clintel.nl is een site waarop u die kritische geluiden o.a. kunt vinden.
Feitenvrij is overigens weer zo’n spitsvondige vondst die past in het rijtje van wappie, klimaatontkenner en anti-semiet. Een genuanceerde mening van een ander plat slaan met een term die iemand weg zet.
Maar of Volt gelijk heeft over de feiten, een boude claim van Laurens Dassen, doet er niet toe. Of je vorm geeft aan een transitie , hoe je dat doet, en waar je je het beste op kunt richten qua maatregelen is een discussie waard. Want laten we wel wezen, de huidige manier waarop het gaat heeft grote gevolgen voor de mensen in Nederland. Energie-armoede is een begrip dat daar mee te maken heeft, en zeker niet alleen met de oorlog tussen Oekraïne en Rusland. De snelheid waarmee men veranderingen doorvoert en de magere inschatting van de risico’s (windmolens zijn zeker niet onverdacht) zouden veel meer aandacht moeten krijgen. De kale realiteit is bovendien dat verdere uitbreiding van wind-capaciteit het aantal ‘dode’ uren vergroot, grote impact op het lokale klimaat en de leefomgeving heeft en ernstige vervuiling veroorzaakt door slijtage van de wieken.
In de kern ben ik het met Laurens Dassen oneens dat hij een directe confrontatie vermijdt. Zou hij dat ook gedaan hebben als hij tegenover Geert Wilders moest staan m.b.t. het asiel-debat? Dat is een voorbeeld van een debat waarin de feiten in het geheel niet vaststaan. De polemiek tussen de broers Lucassen en Jan van de Beek heeft veel gevestigde overtuigingen ter discussie gesteld. Debat, meningen tegenover elkaar stellen, is de zuurstof om te leren in je leven.
Wie niet meer tegenover iemand anders wil staan die een geheel afwijkende mening heeft moet zich niet verschuilen achter het advies van ‘wetenschappers’ die hem adviseerden maar laadt de verdenking op zich het debat uit de weg te gaan omdat het hem te onwelgevallig is c.q. de inschatting maakt het onderspit te gaan delven.